Meindert Inderwisch


Als therapeut heb ik me te verhouden tot mensen. Daarbij werkt het niet wanneer ik me terugtrek in een ivoren toren, gewapend met wat vakliteratuur, om van daaruit de cliënt toe te spreken.

Zowel de cliënt als ikzelf hebben het nodig om op menselijk niveau contact te maken. De intensiteit en het tempo waarop dat contact plaats vindt worden uiteraard bepaald door de wensen en mogelijkheden van de cliënt.

Wat een therapie succesvol maakt, wordt slechts in geringe mate bepaald door de discipline van waaruit wordt gewerkt. Niets is zo bepalend voor het welslagen van de therapeutische behandeling als het vermogen van de behandelaar een contact aan te gaan dat het benodigde vertrouwen wekt om de cliënt uit te nodigen tot een essentiële uitwisseling van gedachten, gevoelens en andere manifestaties van het ‘zelf’.

Toen mijn vrouw bij me wegging en ons dochtertje meenam werd mijn wereld, die ik tot op dat moment als zeer expansief had ervaren, plotseling dichtgespijkerd met de beperkingen die in mij aan het licht kwamen. Mijn kern leek ineens, net als bij het beeld van Zadkine, uit een gat te bestaan. Ik wist toen niet hoe de vroege dood van mijn vader en mijn moeders extreme reactie daarop gekoppeld waren aan de overweldigende pijn die maar niet van mijn zijde wilde wijken.

Kort tevoren was mijn vierde boek gepubliceerd bij uitgeverij Contact te Amsterdam, werkte ik als docent Engels en Nederlands op een school voor middelbaar beroepsonderwijs en was copywriter voor een aantal vooraanstaande bureaus. Als man die alles had, kon ik ineens niet meer functioneren. Te trots of ijdel om hulp te zoeken, besloot ik een opleiding tot Gestalttherapeut te gaan volgen. Ik zou het allemaal zelf wel uitzoeken. Het beeld dat ik had van de gemiddelde hulpverlener sterkte me in mijn besluit. In feite ontbrak het mij aan basisvertrouwen, maar dat leerde ik pas veel later.

Tijdens mijn nieuwe studie, die talenten en zwakheden in mij bovenbracht waarvan ik het bestaan niet had kunnen vermoeden, bleek dat het tempo waarin ik herstelde van het verdriet om mijn vernielde gezin alleszins te laag lag. Op aanraden van een medestudent meldde ik mij op een goede dag aan bij een psychotherapeut te Antwerpen. Deze man wist mij terug te brengen bij de basis van mijn pijn. Leerde me daar mee om te gaan en gaf me, zoals het een goed vader betaamt complimenten en uitbranders.

Het koppelen van de opleiding tot therapeut en het zelf in therapie zijn, maakte dat mijn plafond zich opende en ik verder kon met mijn bestaan.Het cadeau dat ik kreeg was het besef dat het bedrijven van therapie mij niet alleen inspireerde, maar dat anderen mijn kwaliteiten daarin herkenden. Zo begon ik naast het leiden van een eigen praktijk voor een aantal bureaus te werken waarbij ik veel van mijn kennis, intuïtie en liefde kwijt kon.

Uiteindelijk ben ik tot de conclusie gekomen dat mijn manier van met mensen werken er een is waarbij ik me niet meer wil laten beperken door de modellen die anderen hanteren. Ik heb mijn eigen visie ontwikkeld en die verbonden met de realiteit zoals ik die ervaar. Een visie die werkt, gegeven de vele getuigenissen die ik heb mogen ontvangen. Door de stap te nemen om ‘Amor en Psyche’ op te richten, heb ik het gevoel meer dan ooit intact te zijn in mijn integriteit.